Zoeken in sites van Expertisenetwerk Bodem en Ondergrond

Gemeente als bevoegd gezag

Archeologiebeleid

Een gemeente heeft veel beleidsruimte om een eigen invulling te geven aan archeologische monumentenzorg. Daartoe zal een gemeente wel bekend moeten zijn met de aard, locaties en kwaliteit van de archeologische waarden binnen het gemeentelijke grondgebied. Een gemeente kan dat inzichtelijk maken met een archeologische waardenkaart. Een dergelijke kaart dient een betrouwbaar en gedetailleerd inzicht te geven in de aard en de ligging van archeologische waarden en verwachtingen. Door deze informatie visueel om te zetten in een archeologische beleidskaart kan dit actueel worden gehouden en praktisch toepasbaar worden gemaakt.

Bestemmingsplan

Om het gemeentelijke beleid juridisch afdwingbaar te maken zal de gemeente dit moeten vertalen naar het (de) bestemmingsplan(nen). De wet biedt verschillende instrumenten waarmee de gemeente archeologische waarden kan beschermen. Deze instrumenten moet de gemeente dan wel zelf creëren met het bestemmingsplan.

Bescherming archeologie zonder archeo-proof bestemmingsplan

Ook als een gemeente nog geen nieuw bestemmingsplan(nen) heeft vastgesteld, biedt de wet een aantal mogelijkheden om de archeologische waarden te beschermen:

  1. Archeologisch rapport
    De Monumentenwet 1988 stelt dat van aanvragers van omgevingsvergunningen voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit een archeologisch rapport kan worden verlangd (art. 41 in samenhang met art. 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo).
  2. Voorschriften aan omgevingsvergunning
    De Monumentenwet 1988 stelt dat aan omgevingsvergunningen voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit voorschriften kunnen worden verbonden ter bescherming van archeologische waarden (zie verder over archeologische rapporten en voorschriften de pagina 'Vaststellen bestemmingsplan'. Voor deze vergunningen hoeft de gemeente deze instrumenten dus niet in het bestemmingsplan te regelen.
  3. Regeling toevalsvondsten
    Archeologische waarden kunnen worden beschermd op basis van de regeling met betrekking tot toevalsvondsten. Degene die een archeologische vondst doet terwijl hij daar niet naar op zoek is, moet dit zo spoedig mogelijk melden aan de Minister van OCW (feitelijk de RCE). Bovendien is hij verplicht om de vondst gedurende zes maanden ter beschikking te houden of te stellen voor wetenschappelijk onderzoek. De minister (RCE) kan naar aanleiding van de melding gebruik maken van zijn bevoegdheid om bij schade of dreigende schade aan monumenten voorschriften te geven met betrekking tot de uitvoering van het werk dat die schade dan wel dreiging veroorzaakt of gelasten dat het werk wordt stilgelegd (artikel 56 Monumentenwet 1988).
  4. Erfgoedverordening
    Een gemeente kan de archeologische waarden beschermen met behulp van een erfgoedverordening.

    NB in sommige gevallen is de provincie het bevoegd gezag voor archeologie (ontgrondingsvergunningen, inpassingsplannen, MER en Tracéwet).

Omgevingsvergunning voor bouwen en slopen

De gemeente kan op basis van artikel 40 van de Monumentenwet 1988 eisen stellen ter bescherming van archeologische waarden bij het afgeven van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen mits dit in het bestemmingsplan te voren is geregeld. Ook kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor de activiteit slopen voorschriften worden verbonden met betrekking tot de wijze van slopen. Dit hoeft niet in het bestemmingsplan te zijn geregeld. Dergelijke voorschriften zijn echter alleen toegestaan met betrekking tot bouwwerken die zijn gelegen in beschermde stads- of dorpsgezichten (artikel 41, tweede lid, Monumentenwet 1988 en artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de Wabo). Tot slot kan de gemeente van de aanvrager van een omgevingsvergunning voor de activiteit slopen een archeologisch rapport verlangen. Ook dit is echter alleen mogelijk voor bouwwerken in beschermde stads- of dorpsgezichten. Maar dit hoeft niet van te voren te zijn geregeld in het bestemmingsplan.

In bijlagen 2 en 3 van de Syllabus Bouwen, ruimte en archeologie wordt uitleg gegeven over het juridisch kader van de archeologie en zijn modellen opgenomen met voorschriften die kunnen worden verbonden aan een omgevingsvergunning voor een bouw- en sloopactiviteit.

Gerelateerde onderwerpen