Zoeken in sites van Expertisenetwerk Bodem en Ondergrond

SIKB-jaarcongres 21 september 2017 - informatief, inspirerend en geestig.

‘Wat een mooie uitdaging ligt er voor SIKB als het gaat om gebiedsontwikkeling en al de diffuse en soms wat ongrijpbare processen die daarbij spelen’. Zo begon de Zeeuwse gedeputeerde Carla Schönknecht haar speech op het SIKB Jaarcongres 2017. Alvorens dieper op die uitdaging in te gaan leidde zij de overvolle zaal van de Reehorst in Ede langs een aantal ervaringen met gebiedsprojecten in Zeeland die vanuit integraliteit en gebiedsidentiteit zijn en worden ingestoken. Het motto daarbij is ‘Er zit muziek in gebiedsontwikkeling’. ‘Gebiedsprojecten en gebiedsprocessen’, aldus Schönknecht, ‘laten zich niet vatten in protocollen, handreikingen en leidraden. Deze processen drijven namelijk op ambitie, creativiteit en ondernemersgeest. Laten we ons vooral richten op het aspect kwaliteit. Kwaliteit om de maatschappelijke agenda te verbinden met de eigen discipline. Voeg uw instrument toe aan het gebiedsorkest. U kunt immers zorgen voor een mooie basis, de grondtoon van de compositie. Weet daarbij dat andere instrumenten de boventoon kunnen voeren, maar samen zorgt het voor een prachtige klank.’ Schönknecht hield de toehoorders voor hoe belangrijk het is om aan de voorkant van het proces al bij elkaar te gaan zitten. Hoe eerder bewoners, ontwikkelaars, archeologen, bodembeschermers en alle andere betrokkenen aan tafel gaan zitten, hoe beter het gebiedsproces verloopt, betoogde zij.

De dijk is van ons allemaal
Dat beklemtoonde ook Roelof Bleker, dijkgraaf van Waterschap Rivierenland. Het verbinden van verschillende werelden en het daarbinnen ruimte bieden aan bewonersparticipatie ziet hij als een van zijn belangrijkste taken. Hoe goed dat kan uitpakken toonde hij aan met verschillende voorbeelden, waaronder een dijkverzwaring. Onder het motto ‘De dijk is van ons allemaal’ werden omwonenden – na een snelcursus dijkverzwaring – betrokken bij de opgave. ‘Zij mochten gaan dromen over de wijze waarop dat moet worden gerealiseerd, op een wijze die mensen blij zou maken’. Bleker probeert zo maatschappelijke meerwaarde te creëren, ‘want het gaat alleen al bij ons waterschap om investeringen van tien miljard euro, de komende tien jaar’.
‘Samenwerken’, stelde Bleker vast, ‘betekent accepteren dat je altijd iets verliest, om vervolgens samen veel te kunnen winnen. Stap over je eigen grens en verdiep je in de wereld van de ander.’
‘Maakt dat samenwerken het allemaal niet veel duurder?’ wilde dagvoorzitter Boudewijn Goudswaard vervolgens weten. ‘Dat weet ik niet’, antwoordde Bleker. Maar wat ik wel weet is dat samenwerking ook ertoe kan leiden dat er nieuwe geldstromen bijeenkomen, die daarvoor niet in beeld waren. Rond dijkverzwaring kunnen opeens ook recreatiegelden gevonden worden. Gemeenten blijken potjes te hebben, uit het natuurbeheer zijn bijdragen mogelijk, enzovoort. Duurder misschien, maar het levert zeker meer op.’

Hilarische bijdrage
Na een hilarisch optreden van cabaretier Rutger Mollee in de rol van Dick de Kok, onderzoeker bij de Katholieke Universiteit Tilburg naar succesfactoren voor samenwerking en allianties, kregen de bijna 400 deelnemers in de middag parallelsessies aangeboden. Achttien in totaal, die varieerden in aandacht voor de praktijk van het IBC-beleid en in de techniek van sleufloos boren, tot vragen over het toezicht in de toekomst en de bijdragen van bodemenergie en geothermie aan de verduurzaming van de energievoorzieningen. In de bijeenkomst getiteld ‘Op weg naar gebruikersgerichte bodeminformatie’ ging Jan Klein Kranenburg (RWS) in op de noodzakelijke kanteling van aanbodgerichte bodeminformatie in een meer vraaggerichte vorm. Digitalisering speelt daarin een belangrijke rol, vertelde hij, zo belangrijk dat het ‘als een onlosmakelijk onderdeel van de Omgevingswet wordt beschouwd’. ‘Cruciaal zal zijn dat we niet vertrekken vanuit de bestaande werkprocessen, maar echt bereid zijn opnieuw te beginnen’.

De deelnemers aan de sessie over micromorfologisch onderzoek in de archeologie kregen na een inleiding kans zelf aan de slag te gaan met het interpreteren van slijpplaten. Elders werd uitvoerig gediscussieerd over een praktische benadering van het onderzoek naar asbest in de bodem. Voor 1 januari 2018 wil de sector duidelijkheid hebben over het percentage dat bepalend is voor de vraag of puin asbestverdacht is, of niet.

Na de inspirerende plenaire bijdragen waren het deze, soms beleidsmatige, dan weer technische of juist heel praktijkgerichte parellelsessies die de deelnemers tot volle tevredenheid stemden. Tijdens de pauzes was veel lof te vernemen over het congres. ‘Het is een mooi jaarlijks moment om kennis te nemen van de state of the art op mijn vakgebied’, zoals een bezoeker uitte. Waaraan een ander toevoegde: ‘En vergeet niet de vele kansen die deze dag biedt om te netwerken. Gezichten te zien achter de emails’.
Het SIKB Jaarcongres vindt in 2018 plaats op 20 september, dan in ’s-Hertogenbosch, in ‘1931’. Reden om te verhuizen: de plenaire zaal van de Reehorst biedt onvoldoende ruimte voor de grote belangstelling.

Klik hier voor het overzicht met de presentaties.

Klik hier voor een compilatie van het SIKB congres
Klik hier voor een compilatie van sessie 1.1 'Verbinden kun je leren; archeologie in de Omgevingsvisie'.
Klik hier voor een compilatie van sessie 2.6 'Toezicht in de toekomst'
Klik hier voor een compilatie van sessie 3.6 'Een praktische benadering van onderzoek naar asbest in de bodem'.

Gerelateerde onderwerpen