Zoeken in sites van Expertisenetwerk Bodem en Ondergrond

Bodemonderzoek van de toekomst

Eind 2016 start een project om te komen tot een richtlijn voor nieuwe onderzoeksvragen op het gebied van bodem. Doel is het concretiseren van de ambities van het Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020 en de Omgevingswet (bodem meer draagt bij aan omgevingsdoelen) en dat op een moderne en kosten-efficiënte manier: met gebruikmaking van on site screeningstechnieken.

Project

SIKB wil samen met overheden, adviseurs en techniekaanbieders uitwerken hoe het proces om te komen van nieuwe en toekomstige onderzoeksvragen tot goed onderbouwde onderzoeksmethodieken, er uit moet gaan zien. Dit leidt tot nieuwe onderzoeksstrategieën voor het onderzoeken en in kaart brengen van de kenmerken van bodem en ondergrond voor een gebied, in relatie tot de voor dat gebied gestelde en te realiseren beleidsdoelen, functies en kwaliteiten. De onderzoeksstrategieën worden vastgelegd in een richtlijn of leidraad die bruikbaar is voor opdrachtgevers, beoordelende overheden en onderzoekers. Dankzij bijdragen vanuit het kennisbudget van het Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020 en van diverse overheden en bedrijven kan dit onderzoek in oktober 2016 starten. Het eindresultaat zal naar verwachting in het najaar van 2017 beschikbaar zijn. De deelnemende partijen, de opzet en looptijd en het projectbudget zijn weergegeven in de flyer 'Bodemonderzoek van de toekomst'.

Achtergrond: nieuwe ambities in omgevingsbeleid

Er is een trend naar integraal en multidisciplinair omgevingsbeleid die de meer sectorale benadering aan het vervangen is. Dit komt ook tot uiting in de regelgeving die nu wordt voorbereid: de Omgevingswet, de omgevingsbesluiten en de Aanvullingswet bodem. In het omgevingsbeleid kunnen decentrale overheden uitwerken hoe bodem en ondergrond kunnen bijdragen aan opgaven voor klimaatadaptatie, energiebesparing en waterbeheer, zonder daarbij de kwaliteiten van bodem en ondergrond aan te tasten. Het voornemen van provincies en gemeenten in het Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020 is om hiertoe bodem en ondergrond te betrekken bij ruimtelijke plannen.

Van ambitie naar daad

Wat nog onvoldoende duidelijk is, is hoe deze nieuwe ambities vanuit een bodeminvalshoek kunnen worden waargemaakt.
Vooralsnog zijn er nauwelijks onderzoeksvragen en onderzoeken vanuit een multidisciplinaire vraagstelling. Integendeel: het traditionele bodemonderzoek wordt voortgezet. Noch de overheid, noch het (aanbiedend) bedrijfsleven zijn op dit moment bezig om de stap naar multidisciplinaire vragen en onderzoeksaanpak te zetten. Een interviewronde in opdracht van SIKB begin 2016 maakte duidelijk dat stappen in deze richting van overheid of bedrijfsleven ook niet te verwachten zijn, tenzij er een slag wordt geslagen in het concretiseren van de ambities van de Omgevingswet.
Om deze ambities op regionale of lokale schaal handen en voeten te geven is allereerst op gebiedsniveau inzicht nodig in de kenmerken van het bodem- en ondergrondsysteem. Dit inzicht is op die schaal vaak niet of slechts indicatief aanwezig. Initiatieven om dit inzicht te vergroten zijn schaars, omdat (nog) geen urgentie wordt gevoeld en de kosten van onderzoek hoog zijn.
Dat roept de vraag op: 'hoe komen we in de bodemsector van ambitie naar daad?'

Concretiseren van het bodemonderzoek van de toekomst

Om de nieuwe vragen te beantwoorden zijn nieuwe onderzoeksmethodieken nodig. Onderzoeksmethodieken die bestaan uit een concrete onderzoeksvraag (welke informatie is nodig om de juiste (beleids)keuzes te maken), een geschikte onderzoekstechniek (met welke techniek verzamel ik de juiste informatie op het gewenste niveau) en een bijpassende onderzoeksstrategie (hoeveel metingen moet ik doen in tijd en plaats etc.).

Extensieve veldwerktechnieken

Gezien de omvang van gebieden waarvoor de informatiebehoefte geldt, is het noodzakelijk om een afweging te maken tussen kosten enerzijds en informatiedichtheid anderzijds. Het is duidelijk dat de traditionele manier van onderzoek (boren, bemonsteren en analyseren) niet kosteneffectief kan worden ingezet en voor sommige vragen zelfs niet de gewenste informatie oplevert. De nieuwe vragen en gewenste informatiedichtheid vragen om nieuwe bodemonderzoekstrategieën en bodemonderzoekstechnieken om bodem- en gebiedskwaliteiten op een efficiënte manier in kaart te brengen.
Extensieve veldwerktechnieken bieden goede mogelijkheden om de bodemgesteldheid en bodemkwaliteit van grotere gebieden vlakdekkend in kaart te brengen. Opdrachtgevers moeten dan natuurlijk wel de kwaliteit, de toepasbaarheid en de strategie van het onderzoek kunnen beoordelen.

Cases

Ten behoeve van dit project is een aantal actuele vragen uit de praktijk verzameld die betrekking hebben specifieke informatie op gebiedsniveau. In totaal zijn vier cases met bijbehorende vragen, afkomstig van verschillende overheden geselecteerd, die door de deelnemers in het consortium (overheden, bedrijven en kennisinstelling) in samenwerking met elkaar worden beantwoord. De cases zijn over het land en over verschillende overheden verspreid. De cases zijn de volgende:

Maatschappelijke vraag Vraag van 
Omvang en verdeling van metalen-verontreinigingen in wierden (terpen) Provincie Groningen 
In kaart brengen van bodemverdichting Waterschap Zuiderzeeland 
Controleren van dikte van afdeklagen van slootdempingen t.b.v. nazorg (vooral in de Krimpenerwaard) Omgevingsdienst Midden-Holland 
Vlakdekkend in kaart brengen van slibdikte en slibvolumes Waterschap Hollands Noorderkwartier

Resultaat

De uitkomsten van het project worden uitgewerkt in de vorm van een SIKB-richtlijn voor uitvoering van soortgelijke onderzoeken, zodat het resultaat in de toekomst voor meerdere situaties en partijen bruikbaar is. In de richtlijn wordt enerzijds beschreven hoe gekomen wordt van een onderzoeksvraag tot een bruikbare onderzoeksmethodiek (blauwdruk van het proces). Anderzijds worden de binnen het project ontwikkelde onderzoeksstrategieën voor de behandelde cases vastgelegd in een SIKB-richtlijn.

Per casus bevat de richtlijn aanwijzingen voor toepassing van extensieve onderzoekstechnieken voor specifieke toepassingen, gecombineerd met beschrijvingen van de wijze waarop de inhoudelijke kwaliteit van deze inspanning is geborgd.

In eerste instantie zullen vier bodemonderzoeksmethodieken voor (toekomstige) opgaven uit de markt worden opgenomen in de richtlijn.
1. Een onderzoekstrategie in het kader van nazorg om de minimale dikte van afdeklagen van kilometers lange oude dempingen in de Krimpenerwaard te controleren (Omgevingsdienst Midden-Holland).
2. Een onderzoeksstrategie om de diffuse metalenverontreinigingen voor de wierden (terpen) in kaart te brengen (Provincie Groningen). Deze strategie is ook toe te passen om bijvoorbeeld diffuse loodverontreinigingen in binnensteden in kaart te brengen.
3. Een onderzoeksstrategie om bodemverdichting van landbouwgronden in kaart te brengen met het oog op de consequenties hiervan voor het beheer van de waterkwantiteit en de waterkwaliteit (Waterschap Zuiderzeeland).
4. Een nadere uitwerking van de reeds bestaande onderzoeksstrategie om slibdiktes en slibvolumes in watergangen in kaart te brengen. Het gaat hierbij vooral nog om het formuleren van de juiste vraag (afhankelijk van de probleemstelling in de betreffende watergang) en om de formulering van de juiste definitie en meetmethode van vaste bodem (ook dit is afhankelijk van de probleemstelling in de betreffende watergang).

En verder...

Uiteraard vullen deze cases niet alle onderdelen van het nieuwe bodembeleid in. Deze richtlijn vormt een eerste begin. Na afronding van dit project kan de richtlijn worden uitgebreid met nieuwe combinaties van gebiedsopgaven en onderzoeksmethodieken op basis van de procesblauwdruk die in dit project ontwikkeld wordt aan de hand van de vier beschreven cases.