Zoeken in sites van Expertisenetwerk Bodem en Ondergrond

Overheidstaken

Regelgeving

Op een mechanische boring kan diverse regelgeving van toepassing zijn. Afhankelijk van het doel en de plaats van de boring kan de volgende regelgeving van toepassing zijn:

  • Waterwet
  • Wet Milieubeheer
  • Wet Bodembescherming
  • Besluit lozen buiten inrichtingen
  • provinciale verordeningen gekoppeld aan het Besluit lozen buiten inrichtingen
  • de Keur van de waterbeheerder
  • de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente.

Er is geen generieke vergunnings- of meldingsplicht voor uitvoering van mechanische boorwerkzaamheden. De regelgeving die voor het doel en de plaats van een specifieke mechanische boring  van toepassing is, bepaalt welke vergunningen en/of meldingen voorafgaand aan het mechanisch boorwerk aangevraagd of ingediend moeten worden. Dit bepaalt dus ook welke overheden als bevoegde gezagen betrokken zijn. Meer informatie hierover kunt u vinden in bijlage 3 van protocol 2101.

Wel geldt voor alle mechanische boringen die onder de reikwijdte van BRL SIKB 2100 'Mechanisch boren' vallen dat de werkzaamheden alleen uitgevoerd mogen worden door boorbedrijven die daarvoor erkend zijn door de Minister van Infrastructuur en Milieu. Dit is geregeld in het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit.

Beoordelen en toezicht

De bevoegde instanties zien erop toe dat boorbedrijven zich tijdens de uitvoering van mechanisch boorwerk houden aan de op hun werkzaamheden van toepassing zijnde wettelijke regels en vergunningvoorschriften. Vergunningverleners toetsen dit voorafgaand aan de uitvoering van de mechanische boring. Toezichthouders en handhavers controleren dit tijdens de uitvoering van de boring. 

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu verzorgt het toezicht op de erkenningplicht. ILT bekijkt of boorbedrijven die erkenningplichtige mechanische boringen uitvoeren daarvoor wel erkend zijn.
Ook controleert ILT of de erkende bedrijven de eisen in BRL 2100 naleven.

Bevoegde instanties die bij het toezicht afwijkingen van de eisen van de BRL 2100 waarnemen, kunnen dit doorgeven aan ILT door middel van een 'bodemsignaal' en eventueel aan de betrokken certificatie-instelling via indiening van een klacht. Zie hiervoor de pagina 'Klachten en Bodemsignaal toezichtsloket'.

Gerelateerde onderwerpen