Zoeken in sites van Expertisenetwerk Bodem en Ondergrond

Studie Optimale strategieen voor het opsporen van Steentijdvindplaatsen met behulp van booronderzoek gereed

In deze studie worden de resultaten gepresenteerd van een onderzoek naar de prospectie­kenmerken van Steentijdvindplaatsen in Nederland en Vlaanderen.

Deze publicatie is onderdeel van het SIKB project om te komen tot een leidraad voor het integraal benaderen van archeologisch vooronderzoek. Doel van de toekomstige leidraad is de effectiviteit en betrouwbaarheid van archeologische methoden en technieken bij inventariserend veldonderzoek te vergroten.
In dit rapport worden de resultaten gepresenteerd van een onderzoek naar het prospectie­kenmerken van Steentijdvindplaatsen in Nederland en Vlaanderen. De aanleiding voor dit onderzoek werd gevormd door de wens van SIKB/CCvD om verder te gaan met het beter integreren en onderbouwen van de bestaande methodieken op het gebied van archeologisch inventariserend veldonderzoek. De nu beschikbare leidraden voor karterend booronderzoek (Tol e.a. 2006) en proefsleuvenonderzoek (Borsboom/Verhagen 2009) dienen uiteindelijk, samen met nieuw te ontwikkelen kennis, gebundeld te worden in een integrale KNA-leidraad inventariserend veldonderzoek. Op basis van deze leidraad kan dan altijd de beste onderzoeksmethode worden ingezet voor het opsporen en waarderen van archeologische vindplaatsen. Onderdeel van dit traject vormt een verdieping van de kennis over de prospectiekenmerken van archeologische vindplaatsen. Het realiseren van deze verdieping is tevens een doelstelling van het project Prospectie Archeologie van de RCE. Dit project maakt deel uit van het Kennisprogramma “Wat is Erfgoed” dat door de RCE in maart 2010 is gestart.
In het nu gepubliceerde onderzoek stond het verzamelen van gegevens over de prospectiekenmerken van Steentijdvindplaatsen centraal. Deze categorie vindplaatsen geniet zowel vanuit beleidsoogpunt als vanuit wetenschappelijk oogpunt op dit moment hoge prioriteit. Een belangrijke reden hiervoor is dat Steentijdvindplaatsen vaak klein van omvang zijn en/of uit een dunne spreiding van (vuur)stenen artefacten bestaan, waardoor ze in de fase van inventariserend veldonderzoek vaak niet, en vooral indien artefacten zich niet aan de oppervlakte manifesteren, worden opgemerkt. Daarom is het van groot belang dat Steentijdvindplaatsen in de toekomst efficiënter worden opgespoord (en gewaardeerd). Daarvoor is het essentieel dat er betere kengetallen beschikbaar komen over de prospectiekenmerken van deze categorie van vindplaatsen.
Download hier het rapport