Zoeken in sites van Expertisenetwerk Bodem en Ondergrond

Bodemonderzoek van de toekomst

Op 13 december 2018 heeft het CCvD Bodembeheer vijf nieuwe handreikingen voor gebiedsgericht bodemonderzoek vastgesteld. De handreikingen beschrijven de mogelijkheden en beperkingen van ‘on site’ meettechnieken bij diverse gebiedsgerichte bodemvraagstukken.

Direct naar de handreikingen

De handreikingen geven aanwijzingen voor het toepassen van extensieve onderzoekstechnieken voor een specifieke gebiedsgerichte onderzoeksvraag, gecombineerd met aanwijzingen om de kwaliteit van het onderzoek te borgen. Het gaat om de volgende handreikingen:

1. Handreiking 8101 Gebiedsgericht onderzoek van metalen in de bodem
Een onderzoeksstrategie voor grootschalig onderzoek van metalen-verontreinigingen in de bodem van bebouwde en onbebouwde gebieden

2. Handreiking 8102 Onderzoeksstrategie diffuus bodemlood
Onderzoeksstrategieën voor onderzoek voor bepalen van de gezondheidsrisico’s van lood in diffuus verontreinigde bodems van kinderspeelplaatsen en (moes)tuinen. De onderzoeksstrategie is uitgewerkt in twee gelijkwaardige varianten: een strategie op basis van conventioneel onderzoek en een strategie op basis van. onderzoek met de XRF.

3. Handreiking 8103 XRF-metingen diffuus bodemlood
Aanwijzingen voor veldwerkers voor het uitvoeren van XRF-metingen voor bepalen van loodgehalten in diffuus verontreinigde bodems van kinderspeelplaatsen en (moes)tuinen.

4. Handreiking 8104 Grootschalig monitoringsonderzoek dikte afdeklagen
Een onderzoekstrategie in het kader van nazorg in gebieden met veel gedempte sloten.

5. Handreiking 8151 Onderzoek bodemverdichting landelijk gebied
Strategie voor onderzoek om om de mate van bodemverdichting in kaart te brengen op de schaal van een beheersgebied van een waterschap. Deze strategie is ook bruikbaar voor onderzoek om op de schaal van een of meerdere percelen inzicht in de mate van bodemverdichting te krijgen.

Achtergrond: nieuwe ambities in omgevingsbeleid

Er is een trend naar integraal en multidisciplinair omgevingsbeleid die de meer sectorale benadering vervangt. Dit komt ook tot uiting in de regelgeving die nu wordt voorbereid: de Omgevingswet, de omgevingsbesluiten en de Aanvullingswet bodem. In het omgevingsbeleid kunnen decentrale overheden uitwerken hoe bodem en ondergrond kunnen bijdragen aan opgaven voor klimaatadaptatie, energiebesparing en waterbeheer, zonder daarbij de kwaliteiten van bodem en ondergrond aan te tasten. Het voornemen van provincies en gemeenten in het Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020 is om hiertoe bodem en ondergrond te betrekken bij ruimtelijke plannen.

Van ambitie naar daad

Wat nog onvoldoende duidelijk is, is hoe deze nieuwe ambities vanuit een bodeminvalshoek kunnen worden waargemaakt.
Vooralsnog zijn er nog maar beperkt onderzoeksvragen en onderzoeken vanuit een multidisciplinaire vraagstelling gestart. Integendeel: het traditionele bodemonderzoek wordt voortgezet. Noch de overheid, noch het (aanbiedend) bedrijfsleven zijn op dit moment bezig om de stap naar multidisciplinaire vragen en onderzoeksaanpak te zetten. Een interviewronde in opdracht van SIKB begin 2016 maakte duidelijk dat stappen in deze richting van overheid of bedrijfsleven ook niet te verwachten zijn, tenzij er een slag wordt geslagen in het concretiseren van de ambities van de Omgevingswet.
Om deze ambities op regionale of lokale schaal handen en voeten te geven is allereerst op gebiedsniveau inzicht nodig in de kenmerken van het bodem- en ondergrondsysteem. Dit inzicht is op die schaal vaak niet of slechts indicatief aanwezig. Initiatieven om dit inzicht te vergroten zijn schaars, omdat (nog) geen urgentie wordt gevoeld en de kosten van onderzoek hoog zijn.
Dat roept de vraag op: 'hoe komen we in de bodemsector van ambitie naar daad?'

Concretiseren van het bodemonderzoek van de toekomst

Om de nieuwe vragen te beantwoorden zijn nieuwe onderzoeksmethodieken nodig. Onderzoeksmethodieken die bestaan uit een concrete onderzoeksvraag (welke informatie is nodig om de juiste (beleids)keuzes te maken), een geschikte onderzoekstechniek (met welke techniek verzamel ik de juiste informatie op het gewenste niveau) en een bijpassende onderzoeksstrategie (hoeveel metingen moet ik doen in tijd en plaats etc.).
Gezien de omvang van gebieden waarvoor de informatiebehoefte geldt, is het noodzakelijk om een afweging te maken tussen kosten enerzijds en informatiedichtheid anderzijds. Het is duidelijk dat de traditionele manier van onderzoek (boren, bemonsteren en analyseren) niet kosteneffectief kan worden ingezet en voor sommige vragen zelfs niet de gewenste informatie oplevert. De nieuwe vragen en gewenste informatiedichtheid vragen om nieuwe bodemonderzoekstrategieën en bodemonderzoekstechnieken om bodem- en gebiedskwaliteiten op een efficiënte manier in kaart te brengen.
Extensieve veldwerktechnieken bieden goede mogelijkheden om de bodemgesteldheid en bodemkwaliteit van grotere gebieden vlakdekkend in kaart te brengen. Opdrachtgevers moeten dan natuurlijk wel de kwaliteit, de toepasbaarheid en de strategie van het onderzoek kunnen beoordelen.

Themamiddag 24 mei 2018

Op 24 mei 2018 zijn concepten van de handreikingen besproken tijdens een themamiddag. Een verslag van de themamiddag en de presentaties kunt u hier terugvinden.

In voorbereiding: Aanvulling Richtlijn 2500 Baggervolumebepaling

Nog in voorbereiding is een aanvulling van de bestaande Richtlijn 2500 met een beschrijving van de (on)mogelijkheden van beschikbare elektronische meettechnieken voor het betrouwbaar bepalen van de diepteligging van de vaste bodem en de samenstelling van het slib in regionale watergangen.