Zoeken in sites van Expertisenetwerk Bodem en Ondergrond

Rapport functioneren certificatieschema”s bodembeheer over 2013 verschenen

Het Centraal College van Deskundigen Bodembeheer heeft in haar vergadering van december 2014 het rapport Kwaliteitsverklaringen met blijvende waarde 2013 vastgesteld, waarin het functioneren van de certificatieschema”s voor milieuhygiënisch bodembeheer over 2013 is beoordeeld.

Het Centraal College van Deskundigen Bodembeheer heeft in haar vergadering van december 2014 het rapport Kwaliteitsverklaringen met blijvende waarde 2013 vastgesteld, waarin het functioneren van de certificatieschema”s voor milieuhygiënisch bodembeheer over 2013 is beoordeeld.
Het rapport schetst een beeld over de kwaliteit van de uitvoering van werkzaamheden op het gebied van bodembeheer en in het bijzonder van het functioneren van het stelsel rond kwaliteitsborging. Het bevat data over de periode 2006 – 2013.
In dit kader zijn de resultaten van (vervolg-)audits door certificerende instellingen in 2013 voor de beoordelingsrichtlijnen BRL SIKB 1000, 2000, 2100, 6000, 7000, 7500 en 9335 beschreven. Tevens zijn -voor zover mogelijk- de resultaten in perspectief geplaatst door vergelijking met de periode tussen 2006 en 2012.
Resultaten 2013
Uit de resultaten blijkt voor het kalenderjaar 2013 onder meer het volgende:

  • Het aantal certificaten in 2013 bedroeg bijna 1400, een lichte toename t.o.v. 2012.
  • In 2006 was dat nog 560 stuks. Deze stijging hangt vooral samen met de wettelijke verplichting vanaf 2008 om bepaalde werkzaamheden nog uitsluitend door gecertificeerde (en op basis daarvan) erkende bodemintermediairs te laten plaatsvinden. Een gecertificeerde organisatie / bedrijf kan overigens beschikken over meerdere certificaten voor verschillende werkzaamheden. Het aantal organisaties per certificaat (lees: per Beoordelingsrichtlijn) is vermeld in de bijlagen van de Jaarrapportages. Op de website van Bodem+ zijn de namen van de organisaties / bedrijven per certificaat terug te vinden;
  • het aantal opvolgingsaudits in 2013 bedroeg in 2013 3.762, iets lager dan het aantal voor 2012.Ongeveer 31% van de audits in 2013 had betrekking op veldwerkzaamheden (BRL 2000/2100), ongeveer 39% richtte zich op de begeleiding en uitvoering van saneringen van bodem en waterbodem (BRL 6000/7000) en ca. 30% op grondstromen (incl. monsterneming en bewerking) (BRL 1000/7500/9335);
  • het totale aantal afwijkingen is in 2013 licht gedaald ten opzichte van 2012 (van 3.599 naar 3.510);
  • deze daling hangt vooral samen met het afgenomen aantal afwijkingen voor BRL 7000 en –in mindere mate- BRL 7500. Voor de andere schema”s wordt een gelijk of groter aantal afwijkingen geconstateerd;
  • afwijkingen worden voornamelijk geconstateerd op BRL-niveau (eisen opleidingen, frequentie interne audits, documentatie op kantoor etc.) en minder op protocol-niveau. Alleen voor BRL 7500 en BRL 9335 ligt dat andersom: bij die schema”s zijn de normatieve elementen meer in protocollen uitgewerkt dan bij andere schema”s en worden afwijkingen op BRL-niveau in eerste instantie afgeleid c.q. vertaald in afwijkingen op protocolniveau. Tenslotte wordt bij BRL 7500/9335 ook de “geschiedenis” van de uitvoering van de werkzaamheden meegenomen, terwijl bij andere schema”s feitelijk een ad hoc beoordeling plaatsvindt van de kwaliteit van de uitvoering van de werkzaamheden.
  • het aantal afwijkingen per certificaat(houder) is voor BRL 7000/7500 lager dan in 2012. Voor BRL 1000/2000/2100 wordt juist een stijging waargenomen;

Waarnemingen CCvD
PDCA-cyclus werkt
Op grond van de ontvangen opgaven omtrent het aantal certificaathouders, uitgevoerde opvolgingsaudits en daarbij geconstateerde afwijkingen in 2013 én de op grond daarvan uitgevoerde analyse, stelt het college vast dat de PDCA-cirkel binnen het stelsel van private kwaliteitsborging voor bodembeheer prima werkt:

  1. Plan: het Centraal College Deskundigen bodembeheer heeft in de afgelopen jaren certificatieschema”s laten ontwikkelen en vastgesteld, waarmee vrijwel de gehele keten in het (water-)bodembeheer van een transparant stelsel voor kwaliteitsborging is voorzien. In dit kader zijn kritieke prestatie indicatoren en normen ontwikkeld
  2. Do: gedurende meerdere jaren vindt een uitgebreide beoordeling plaats van het functioneren van de certificatieschema”s en wordt –daar waar gewenst en nodig- tot aanpassing van schema”s overgegaan.
  3. Check: niet alleen binnen het CCvD maar ook in het periodiek overleg met de certificerende instellingen is –ook in 2013- de uitvoering van de schema”s besproken en zijn voorstellen voor verbetering gedaan;
  4. Act: mede aan de hand van praktijkervaringen van certificaathouders en voorstellen van certificerende instellingen en andere brokken partijen, is - daar waar nodig tot aanpassing, aanvulling of vernieuwing van normteksten overgegaan

Aangezien ook op basis van de meerjarige trend blijkt dat dat het aantal gesignaleerde afwijkingen daalt, kan worden gesteld dat kwaliteitsborging werkt, vooral in de uitvoering.
Voorbeeld van deze PDCA-cirkel is de vernieuwing van BRL SIKB 7000, waarover in voorgaande jaren regelmatig discussie is gevoerd, mede op grond van het relatief grote aantal afwijkingen dat met dat certificatieschema samenhing.
De geconstateerde daling van het aantal afwijkingen voor BRL SIKB 7000 is het direct gevolg van de aanpassing van het schema, dat –met de in 2012 vastgestelde nieuwe versie- een betere en helderder afbakening geeft van de omschrijving en uitvoering van zogenaamde “kritische werkzaamheden. Deze daling past bij de verwachting die hierover al in 2012 door het CCvD is uitgesproken.
Voor de nabije toekomst wordt in lijn met het bovenstaande ook een daling van het aantal afwijkingen voor BRL 9335 verwacht, nu enkele belangrijke knelpunten rond dit schema met de vaststelling van een nieuwe versie in juni 2014 (in te voeren per 1 juli 2015) zijn weggenomen.
In het verleden zijn –voor veel schema”s- vaak afwijkingen gemeld rond het uitvoeren van geen of onvoldoende interne audits. Met de vaststelling van de BRL-brede interpretatie rond dit onderwerp in oktober 2013, worden minder afwijkingen in de toekomst verwacht. De effecten daarvan zijn nu echter nog niet zichtbaar.
Tenslotte zij opgemerkt dat ook het onderhoud van de normen adequaat verloopt, hetgeen onder meer blijkt uit de manier waarop ingespeeld wordt op wijzigingen in beleid en regelgeving en praktijkervaringen
NC-1 en NC-2 breder doorvoeren
De uitgevoerde verdiepingsslag voor BRL 9335 heeft verder geholpen bij de vaststelling dat relatief veel afwijkingen samenhangen met “fouten” op administratieve onderdelen van een kwaliteitssysteem, en veel minder op de kwaliteit van de uitvoering. Mede op grond van die vaststelling zal het onderscheid tussen zogenaamde NC1 en NC2 voor de komende jaren ook voor de andere schema”s worden uitgewerkt.
De verhouding tussen publiek toezicht en private borging is veranderd.
Het CCvD onderschrijft het oordeel van de CI”s dat de verhouding tussen publiek toezicht en private borging in 2013 (of eerder) is veranderd. Het invoeren van essentiële eisen voor publiek toezicht is een kans om het publiek toezicht meer risico-gestuurd te doen. Hiertoe zullen nog door alle betrokken partijen de nodige inspanningen moeten worden gepleegd.
Essentiele eisen voor publiek toezicht zijn naar oordeel van het CCvD een tussenstap op weg naar versterking van het vertrouwen in het stelsel, ook voor het publiek toezicht op het functioneren van het stelsel en op de kwaliteit van de uitvoering van erkende werkzaamheden.
Breder perspectief
Het CCvD Bodembeheer constateert dat de private inspanningen in kwaliteitsborging op adequaat niveau zijn.
Mede gezien het systeem van monitoring is het CCvD “gepast tevreden” met het functioneren van het stelsel voor kwaliteitsborging voor (water-)bodembeheer alsmede met de bijdrage die daarvoor door de betrokken partijen, waaronder de deelnemende certificerende instellingen, ook in 2013 is geleverdKlik hier voor het rapport over 2013.