Zoeken in sites van Expertisenetwerk Bodem en Ondergrond

Rapport functioneren certificatieschema”s bodembeheer over 2012 verschenen

Het Centraal College van
Deskundigen Bodembeheer heeft in haar vergadering van december 2013 het rapport
Kwaliteitsverklaringen met blijvende waarde 2012 vastgesteld, waarin het
functioneren van de certificatieschema”s voor milieuhygiënisch bodembeheer over
2012 is beoordeeld.

Het Centraal College van Deskundigen Bodembeheer heeft in haar vergadering van december 2013 het rapport Kwaliteitsverklaringen met blijvende waarde 2012 vastgesteld, waarin het functioneren van de certificatieschema”s voor milieuhygiënisch bodembeheer over 2012 is beoordeeld.
In dit kader zijn de resultaten van (vervolg-)audits door certificerende instellingen in 2012voor de beoordelingsrichtlijnen BRL SIKB 1000, 2000, 2100, 6000, 7000, 7500 en 9335 beschreven. Tevens zijn -voor zover mogelijk- de resultaten in perspectief geplaatst door vergelijking met de periode tussen 2006 en 2011.
Rapport Kwaliteitsverklaringen met blijvende waarde 2012
Alle certificatierichtlijnen in beheer bij het Centraal College van Deskundigen Bodembeheer voorzien intussen in een jaarlijkse rapportage van de certificatie-instellingen aan SIKB.
Voorliggend rapport is de zevende rapportage over de uitvoering van de certificatieschema”s voor bodembeheer. Deze rapportage heeft betrekking op het kalenderjaar 2012. Net als de voorgaande jaren is in het voorliggend rapport (vooral) een getalsmatige beoordeling van de over 2012 gerapporteerde gegevens uitgevoerd.
De Jaarrapportage 2012 maakt deel uit van het zichtbaar maken van de resultaten van de “eigen” controles van het private systeem van kwaliteitsborging in het bodembeheer sinds 2001.
Per Beoordelingsrichtlijn en protocol gaat de Jaarrapportage gedetailleerd in op de ontwikkelingen en de bevindingen van de certificerende instellingen in 2012.
Voor de Jaarrapportage 2012hebben de certificerende instellingen gegevens aangeleverd over aantallen certificaten, controles en geconstateerde afwijkingen. Verder is in de rapportage aandacht geschonken aan het aantal klachten en de aard ervan. Ook het aantal en aard van de sancties is terug te vinden in de rapportage. De rapportage bevat daarnaast de bevindingen van de certificerende instellingen over kwaliteitssystemen en suggesties worden gedaan voor verbeteringen.
Het CCvD heeft in haar vergadering van 12 december 2013 het bestuur van SIKB geadviseerd deze rapportage vast te stellen.
Uit de resultaten blijkt voor het kalenderjaar 2012 onder meer het volgende:

  • Het aantal certificaten in 2012 was ruim 1300, nagenoeg hetzelfde aantal als in 2011. In 2006 was dat nog 560 stuks. Deze stijging hangt vooral samen met de wettelijke verplichting vanaf 2008 om bepaalde werkzaamheden nog uitsluitend door gecertificeerde (en op basis daarvan) erkende bodemintermediairs te laten plaatsvinden. Een gecertificeerde organisatie / bedrijf kan overigens beschikken over meerdere certificaten voor verschillende werkzaamheden. Het aantal organisaties per certificaat (lees: per Beoordelingsrichtlijn) is vermeld in de bijlagen van de Jaarrapportages. Op de website van Bodem+ zijn de namen van de organisaties / bedrijven per certificaat terug te vinden;

het aantal opvolgingsaudits in 2012 is weer verder is gestegen 3.951 per jaar, ook relatief (aantal opvolgingsaudits per certificaathouder). Dit hangt mogelijk samen met beoordeling van meer nieuwe medewerkers, groei van het aantal “vestigingen” bij BRL 9335, (wellicht) meer gemelde saneringen (voor BRL 7000) etc.
Ongeveer 32% van de audits in 2012 had betrekking op veldwerkzaamheden (BRL 2000/2100), ongeveer 39% richtte zich op de begeleiding en uitvoering van saneringen van bodem en waterbodem (BRL 6000/7000) en ca. 29 % op grondstromen (incl. monsterneming en bewerking) (BRL 1000/7500/9335);

  • het totale aantal afwijkingen is in 2012 weer gestegen ten opzichte van 2011, maar is nog wel lager dan in 2009 en 2010. Hoewel CI”s mogelijk wel iets strikter zijn gaan auditen, zal het effect van publiek toezicht op certificaathouders en CI”s waarschijnlijk pas in 2013 en daarna kunnen worden vastgesteld;
  • deze (absolute) toename geldt vooral voor BRL 7000 en BRL 9335. (Alleen) Voor BRL 1000 geldt dat in 2012 een lager aantal afwijkingen is geconstateerd, waarmee de dalende lijn sinds 2010 is voortgezet;
  • afwijkingen worden voornamelijk geconstateerd op BRL-niveau (eisen opleidingen, frequentie interne audits, documentatie op kantoor etc.) en niet op protocol-niveau. Alleen voor BRL 7500 en BRL 9335 ligt dat andersom: bij die schema”s zijn de normatieve elementen meer in protocollen uitgewerkt dan bij andere schema”s en worden afwijkingen op BRL-niveau in eerste instantie afgeleid c.q. vertaald in afwijkingen op protocolniveau. Tenslotte wordt bij BRL 7500/9335 ook de “geschiedenis” van de uitvoering van de werkzaamheden meegenomen, terwijl bij andere schema”s feitelijk een ad hoc beoordeling plaatsvindt van de kwaliteit van de uitvoering van de werkzaamheden;
  • het aantal afwijkingen per certificaat(houder) is voor BRL 1000/2000/6000/7500 lager dan in 2011. Voor de andere schema”s (BRL 2100/7000/9335) wordt juist een stijging waargenomen. De stijging voor BRL 2100 is illustratief voor hetgeen ook voor andere schema”s vastgesteld, nadat ze in werking zijn getreden. Voor BRL 7000 blijken de werkzaamheden vaak niet goed ingebed in het kwaliteitssysteem; het werken volgens de norm is voor veel certificaathouders geen dagelijks werk. BRL 9335 tenslotte kent feitelijk nog als enige een stijging van het aantal certificaathouders i.c. nieuwe toetreders, waarbij de kwaliteitsborging nog verder moet worden geïncorporeerd;
  • het aantal afwijkingen per opvolgingsaudit is voor de meeste schema”s afgenomen ten opzichte van 2011. Dit geldt dus ook voor BRL2100; aangezien daarvoor in 2012 meer audits zijn uitgevoerd, zijn ook in absolute zin ook meer afwijkingen geconstateerd. Alleen voor BRL 7000/9335 wordt voor het aantal afwijkingen per opvolgingsaudit een toename berekend, waarbij dezelfde elementen een rol spelen die zijn genoemd bij de verklaring van het gestegen aantal afwijkingen per certificaathouder.

Vanuit het verleden zijn –voor veel schema”s- vaak afwijkingen gemeld rond het uitvoeren van geen of onvoldoende interne audits. Met de vaststelling van de BRL-brede interpretatie rond dit onderwerp in oktober 2013, worden door het CCvD minder afwijkingen in de toekomst verwacht. Aan de hand van de analyse stelt het College vast dat in toenemende mate de eisen rond vakbekwaamheid en competenties tot afwijkingen leiden, soms ook als gevolg van aanscherping van die eisen (bijv. bij ontbreken “MBO-opleiding” nu afwijking). In dit verband wordt ervoor gepleit om meer en nieuwe opleidingsmogelijkheden en/of cursussen te (*laten) ontwikkelen, teneinde betrokken medewerkers van voldoende kwalificaties te voorzien.
Op verzoek van het CCvD zal in de loop van 2014 een verdiepingsslag worden ingepland, enerzijds gericht op de achtergronden bij de door de certificatie-instellingen geconstateerde afwijkingen voor wat betreft BRL 9335 en anderzijds inzicht te krijgen in de aard en achtergrond van het stijgend aantal afwijkingen voor BRL SIKB 7000.
Ook naar aanleiding daarvan zal worden bezien of de resultaten in de ogen van het Centraal College aanleiding geven tot 1) herziening van of aanvulling op de bestaande normdocumenten en 2) bijstelling van controle-aspecten, –frequentie of certificatietoezicht in de toekomst.
Voor het rapport over 2012: klik hier