Zoeken in sites van Expertisenetwerk Bodem en Ondergrond

Impressie Webinar Archeologie over het kwaliteitssysteem tussen wetenschap, markt en samenleving op 10 december 2020

De KNA is niet vergelijkbaar met een kookboek met panklare recepten, stapsgewijs toegelicht en geïllustreerd met smakelijke foto’s. Het heeft meer van een culinair vademecum dat alle ingrediënten voor een mooi diner bevat, maar de juiste bereiding daarvan aan de kok overlaat. Dat is het beeld dat oprijst na dit webinar over kwaliteitsborging. En zelfs het vademecum zelf is niet heilig, dat mag en moet worden aangepast wanneer de tijdgeest daarom vraagt.

Door de allereerste opstellers van de KNA (2000) is gekozen voor het vastleggen van het archeologisch proces en niet voor het borgen van de kwalitatieve uitkomsten, werd gaandeweg het webinar opgemerkt. Als dat procesmatige gaat knellen, moet je misschien bereid zijn de KNA te vernieuwen, misschien zelfs wel ‘vanaf een geheel blanco vel’, zoals onder andere Nathalie Vossen bepleitte. Maar over kwaliteit is veel meer te zeggen zo bleek, eens te meer, deze middag.
Dagvoorzitter Riemer Knoop, nauw betrokken bij de evaluatie van de werking van het huidige kwaliteitssysteem archeologie, merkte het al in de inleiding op het webinar op: ‘De uniformiteit die door de KNA wordt geboden werkt voor velen als weldadig. Dat het een alleen maar een uitvoeringsnorm is (‘zo doe je het’) is, knelt daarentegen op meerdere fronten.’
Bij het opstellen van het Programma van Eisen (PvE) bijvoorbeeld. Een cruciaal moment, dat te vaak met een copy paste wordt afgedaan. En zelfs als dat niet zo is, en er een goed PvE voorhanden is, ligt het gevaar op de loer dat het in de praktijk niet tot kwaliteit leidt. Tijdsdruk blijkt een grote boosdoener. De kosten – en dus de tijdfactor – leiden tot een race to the bottom, en dit gaat ten koste van de (inhoudelijke) kwaliteit van het werk.

Via een sterk meanderend pad leidde het gesprek naar de vraag of een KNA-light versie een alternatief zou kunnen zijn. Helpt het de opdrachtgever, die niet altijd zit te wachten op een volledige rapportage, wanneer in minder belangrijke gevallen volstaan kan worden met een quick scan? Dat bespaart hem kosten, en de archeologen betekenisloze rapportjes.
In Vlaanderen, vertelde Willem DeBaere, bestaat zo’n light versie. Die is er onder grote politieke druk gekomen. Maar hij uitte twijfel bij het nut ervan. Ook andere deelnemers zetten hier hun vraagtekens bij. Zoals Tania Oudemans het verwoordde, ‘het is een vlucht naar voren. Het is aan onszelf om te werken aan een goede basis. Met een light versie wordt de lat alleen maar lager gelegd.’

Dat bracht het gesprek op de vraag wanneer archeologie betekenisvol is. Een poll wees uit dat dit niet door de opdrachtgever alleen wordt bepaald. Het is een combinatie die ertoe moet leiden dat, in een toelichting door Eric Norde, ‘we iets toevoegen waardoor we over tien jaar nog relevant zijn’. Dat moet wel worden uitgedragen. Hoe neemt de samenleving daarvan kennis? Heeft de opdrachtgever hierin (ook) een rol? Of is het een taak voor de RCE? En is daar geld voor? Riemer Knoop haalde enkele voorbeelden uit het buitenland aan, daartoe gestimuleerd door Milo Verhamme die artikel 9 van de Conventie van Malta (‘Communicatie met het publiek’) citeerde. En Rob Houkes wees op een met algemene stemmen aangenomen Tweede Kamermotie (Beckerman cum suis, 2018), waarin de regering werd opgeroepen aan dit artikel recht te doen.

Het leidde tot een discussie over publieksparticipatie, over draagvlakverbreding, en zelfs over kennismanagement. Waarna Riemer Knoop de 28 deelnemers terugleidde naar het eigenlijke thema van het webinar: ‘Hoe kunnen wij het belang van voldoende kwaliteit borgen? Hoe gaan wij om met het systeem van KNA, BRL en de omgang daarmee, die als open en dynamisch is ontworpen. De grootste fout is te denken dat “het” een ding is, Dat is het niet. Het is een manier van omgang, onderhandeling, tone of voice’.

Waarvoor misschien eerst experimentele werkvormen moeten worden ontwikkeld. Waarbij jonge archeologen moeten worden betrokken. Waarbij we vrolijk, flexibel en nieuwsgiering aan de slag moeten gaan. En waaraan alle betrokkenen kunnen bijdragen. ‘Wijzelf zijn het systeem’, riep Riemer Knoop uit. ‘En er wordt ook ruimte gemaakt voor vernieuwing en verandering’, voegde Esther Wieringa er aan toe. ‘Het CCvD is van samenstelling aan het veranderen, er wordt gewerkt aan een vervolg op de uitkomsten van de evaluatie. Ook komt er een Programmaraad naast het CCvD en lijkt er draagvlak te zijn voor een gebruikersgroep KNA’. Dit zou de betrokkenheid van het CCvD bij het veld en het veld bij het CCvD kunnen vergroten.
Kortom: laten we de boel niet verder dichtmetselen, maar openstaan voor vernieuwing en jong van geest blijven, was de afsluitende boodschap van het webinar.
De uitkomsten van deze discussie zullen aan het CCvD Archeologie worden aangeboden als input voor het vervolg op de evaluatie.
Tijdens het webinar werd een aantal opnamen vertoond uit de eerdere uitzending van de rondetafelgesprekken op de opgraving in Nieuwegein. Deze zijn terug te kijken via www.sikbeter.nl/sikbtv