Kennis van kwaliteit in bodem en archeologie

Vertrouwen als basis voor toezicht in het bodemveld

Hoe houd je grip op kwaliteit in een werkveld dat steeds complexer wordt? Die vraag staat centraal tijdens het SIKB Jaarcongres 2026 op 24 september. Voor Martin de Bree ligt het antwoord niet in méér regels, maar in beter samenspel tussen overheid, certificerende instellingen en bedrijven. “Certificering werkt alleen als het niet beperkt blijft tot de papieren werkelijkheid.”

De Bree, onderzoeker aan de Erasmus Universiteit en gespecialiseerd in moderne regulering en toezicht, ziet certificering nadrukkelijk als méér dan een controlemiddel. “Het gaat ook om vertrouwen.” Hij verwijst naar Stephen M.R. Covey en Rebecca Merrill, die in The Speed of Trust beschrijven hoe vertrouwen organisaties sneller en effectiever laat functioneren mits dat vertrouwen goed onderbouwd is. “Vertrouwen draait vooral om deskundigheid, betrouwbaarheid, kwaliteit van de relatie en zelfreflectie. Het gaat niet om blind vertrouwen, dat kan snel uitmonden in naïviteit. Geanalyseerd of onderbouwd vertrouwen is beter. Als certificatie een rol speelt bij het borgen van kwaliteit van de bodem en voldoet aan de criteria van onderbouwd vertrouwen, dan helpt het.” Volgens De Bree is certificering niet alleen externe controle, maar ook zelfregulering. “Je wilt dat organisaties ook zichzelf controleren, corrigeren en transparant zijn.”

Van regels naar praktijk
In zijn werk ziet De Bree regelmatig dat organisaties op papier voldoen aan wet- en regelgeving, terwijl de uitvoering achterblijft. “Bedrijven geven op papier nogal eens aan dat zij voldoen aan de regelgeving. Een gedragscode ondertekenen gebeurt bijvoorbeeld vaak wel, maar het wordt niet altijd nageleefd. Dan is er sprake van ontkoppeling.” Daar ligt volgens hem een belangrijke opgave voor certificerende instellingen en toezichthouders. “Certificering moet ook toetsen of het werk goed wordt uitgevoerd.”

Hij onderscheidt vier niveaus waartussen ontkoppeling kan ontstaan:

  • het doel: bescherming van de leefomgeving;
  • het systeem: de ontworpen inrichting van regels, toezicht en certificering;
  • de praktijk: de uitvoering in het veld;
  • het werkelijke effect op de leefomgeving.

“Als certificering informatie kan krijgen over de consistenties tussen die verschillende niveaus, houd je zicht op waar het eventueel schuurt.” Dat vraagt volgens De Bree ook iets van publieke toezichthouders. “In een wettelijk certificatiestelsel draait toezicht niet alleen om controle, maar ook om vertrouwen in hoe kwaliteit binnen bedrijven en certificerende instellingen wordt geborgd.”

Complexiteit vraagt om gesprek en ruimte
Toezicht en certificering hebben altijd te maken met menselijk gedrag. “Dat maakt het per definitie complex,” zegt De Bree. Het betekent dat nooit volledig is te voorspellen hoe regels in de praktijk uitwerken. “Als je regels maakt voor zo’n complexe wereld, weet je van tevoren dat het niet altijd gaat werken zoals bedoeld.” Dat vraagt van alle betrokken partijen flexibiliteit om niet star naar de regels te blijven staren, maar vanuit de bedoeling te werken. “Als toezichthouder kun je ruimte geven om dingen net anders aan te pakken. Daarvoor moeten partijen elkaar wel iets gunnen.”

Wantrouwen en behoefte aan dialoog
Wat daarbij niet helpt, is dat er volgens De Bree nog steeds veel wantrouwen tussen overheid en bedrijfsleven is. “Je zou graag willen dat partijen daar overheen stappen en met elkaar in gesprek gaan.” Dat vraagt ook om zelfreflectie. “Niet alleen naar de ander wijzen, maar ook kijken: wat kan ik zelf doen.” Tegelijkertijd ervaren toezichthouders vaak beperkte ruimte om te vernieuwen. “Zij zitten vast in een stramien van regels en voelen de druk van politiek en samenleving.” Daarom is het belangrijk dat bedrijven, certificerende instellingen, toezichthouders, bestuur en politiek vaker met elkaar spreken over ruimte, interpretatie en verbetering.

Nieuwe risico’s vragen om gezamenlijke duiding
Dat geldt ook voor nieuwe risico’s in de leefomgeving. “Het beschermen van de leefomgeving is soms lastig, zelfs als je je aan de regels houdt. Wat doe je dan: trek je aan de bel of denk je dat je klaar bent als je de vinkjes hebt gezet?” Volgens De Bree loopt toezicht in zulke situaties vaak achter op de werkelijkheid. “Als je stoffen in de bodem aantreft die niet gereguleerd zijn maar wel schadelijk, wil je - vanuit de bedoeling - dat bedrijven dat zelf helpen adresseren. Vertrouwen en dialoog zijn dan essentieel.”

Transparantie als leermechanisme
Volgens De Bree kunnen bedrijven zelf veel bijdragen aan vertrouwen door open te zijn over incidenten. In de luchtvaart is dat al gebruikelijk: als er iets misgaat of bijna misgaat wordt dat door bedrijven en toezichthouders gedeeld en besproken om ervan te leren. “Je wilt dat organisaties zichzelf zo goed mogelijk controleren en corrigeren. Dat zorgt uiteindelijk voor meer vertrouwen in het stelsel.” En de indrukwekkende veiligheidsprestatie in de luchtvaart laat zien dat dit werkt.

SIKB Jaarcongres: toezicht en vertrouwen in de praktijk
Tijdens zijn sessie Van toezicht naar inzicht op het SIKB Jaarcongres 2026 staat daarom centraal hoe publieke en private partijen effectiever kunnen samenwerken op basis van vertrouwen, in plaats van alleen wantrouwen en controle. Dat vraagt volgens De Bree ook om een andere houding: “Ik zou willen dat mensen niet alleen naar de ander wijzen, maar ook kijken: wat kan ik zelf doen.” Tegelijkertijd moeten toezichthouders natuurlijk wel ingrijpen als er maatschappelijke schade dreigt. Volgens hem vraagt een complexe praktijk vooral om reflectie, samenwerking en blijvend gesprek over kwaliteit en bescherming van de leefomgeving.

Meer informatie over het congresprogramma is te vinden op www.sikbjaarcongres.nl.


Martin de Bree - eigen foto