Zoeken in sites van Expertisenetwerk Bodem en Ondergrond

Uit het CCvD van 14 december 2020

Interim voorzitter David van den Burg opende via Teams de vergadering van het CCvD op 14 december met een aantal warme woorden richting de vertrekkende leden Jan Hendriks (NVAO) en Wendy Deitch (NVvA). Even hartelijk heette hij het nieuwe lid van het CCvD – Henk van der Velde – welkom, die Jan Hendriks opvolgt als lid namens de NVAO. Daarna was het tijd voor het afhandelen van een volle agenda.
Als eerste kwam een Wijzigingsblad BRL 4000 en KNA 4.1 aan de orde. Het ging om een aantal cruciale wijzigingen in de goedkeuring van het Standaardrapport en het vooroverleg met het bevoegde gezag. Een eerder voorstel kon niet rekenen op voldoende steun, reden waarom een CCvD werkgroep opnieuw aan de slag is gegaan. De wijziging over met name de goedkeuring is een intensief besproken compromis geworden tussen de private en publieke sector.
Daarnaast is in het Wijzigingsblad een aantal wijzigingen meegenomen die waren gerezen tijdens de Help!deskdag als ondersteuning bij het verlengen van de registerstatus eerder dit jaar. Datzelfde gold voor het voorstel om ook voor het organiseren en deelnemen van intervisie punten te krijgen voor de registratie in het Actorregister.
Het CCvD is akkoord gegaan met alle voorstellen tot wijziging. Dat betekent voor een aantal wijzigingen qua proces nu een praktijktoets. Daarna kunnen ze worden voorgelegd aan de Raad voor Accreditatie. De uiteindelijke vaststelling gebeurt door de minister. Het Wijzigingsblad zal binnenkort hier te vinden zijn.

Gebrekennotitie
Vervolgens stond het CCvD kort stil bij het document onder de naam ‘Gebrekennotitie’. Dit document is bedoeld om de overdracht van archeologische vondsten door bedrijven aan provinciale of gemeentelijke depots te versoepelen. Deze is mede gebaseerd op een voorstel van de NVAO en VOIA als bijdrage om meer duidelijkheid te creëren in het oplossen van knelpunten bij het deponeren. Uiteindelijk zal dit document onderdeel gaan uitmaken van de ‘Projectdocumentatie’ in de KNA. Geconstateerd werd dat het een goede stap is in een verdere zelfcontrole door bedrijven. Susanne Boogert van de Inspectie O&E herinnerde eraan dat de Inspectie sinds april een meldpunt heeft voor vermiste vondsten, en dat, als daartoe aanleiding is, aangifte niet meer bij de politie hoeft te worden gedaan.


Het meldpunt voor vermiste archeologische vondsten

Het CCvD kon zich goed vinden in deze voorgestelde Gebrekennotitie en heeft het document vastgesteld. De Gebrekennotitie zal binnenkort op de website van SIKB worden gepubliceerd. Het meldpunt Inspectie O&E.

Zorg over vondstmateriaal
Nadat ook een aantal kleinere wijzigingen in de KNA Pakbon OS17 en de nieuwe KNA Leidraad Onderzoeken Gebouwplattegronden werden vastgesteld, boog het college zich over een brief van Archeocare. Hierin wordt aandacht gevraagd voor het omgaan met (kwetsbaar) vondstmateriaal. Karin Abelskamp en Johan Langelaar gaven een toelichting op hun zorg over verkeerde en achterhaalde behandelmethoden van vaak kwetsbare vondsten.


Gevriesdroogd, vervormd en gebarsten hout (foto: Archeocare)

Zij hielden het college voor dat bij de berging van kwetsbaar vondstmateriaal, zowel in het veld, als daarna bij bijvoorbeeld de analyse van de onderzoeksresultaten en de overdracht aan de gemeentelijke, museale of provinciale depots, het vondstmateriaal gevaar loopt.


Onjuist behandelde vondst (foto: Archeocare)

‘Belangrijk hierbij’, schrijven zij, ‘is het beschikbaar maken en veilig stellen van de informatiewaarde, de intrinsieke dataset, van de voorwerpen voor de beantwoording van actuele en toekomstige onderzoeksvragen. […] Helaas hebben wij moeten vaststellen dat er niet alleen binnen het archeologisch werkveld een groot gebrek aan kennis is op dit punt, maar ook dat keuzes hierin vaak vooral op basis van financiële argumenten en niet op inhoudelijke en kwalitatieve gronden gemaakt worden’. Zij hebben geconstateerd dat bij een aantal depots 70 procent van de collectie niet stabiel is. Voor hen een reden om een actualisatie van enkele onderdelen van de KNA/BRL te bepleiten. Met name de uitvoeringseisen (KNA OS11), inclusief de eisen aan de conserveringsspecialist, moeten opnieuw tegen het licht worden gehouden.
Het CCvD deelde hun zorg en maakt de aandacht voor de eisen aan conservering/conserveringsspecialisten onderdeel van het Jaarplan 2021.

Evaluatie leidraden
Dat Jaarplan Archeologie 2021 kwam vervolgens aan de orde en met name het verzoek tot prioritering. David van den Burg riep de leden op per email een voorkeur aan te geven, zodat het plan vervolgens kan worden voorgelegd aan het SIKB-bestuur ter vaststelling.
Vervolgens was het virtuele podium aan Karin de Vries die een evaluatie voorbereidt over de kennis over, en het gebruik van de KNA-leidraden. In de afgelopen jaren zijn voor een breed palet aan archeologische thema’s en onderwerpen leidraden ontwikkeld. Omdat er onvoldoende zicht is op de bekendheid van deze leidraden, de bereidheid om deze te gebruiken en de mate waarin zij daadwerkelijk bruikbaar zijn, heeft het CCvD besloten tot een evaluatie hiervan. Ook bestond de wens om inzicht te krijgen naar de behoeften binnen het veld ten aanzien van de leidraden, zoals de onderwerpen, de vorm, de inhoud en de toepasbaarheid. Daartoe zal nu een schriftelijke, digitale enquête worden gehouden, die wordt aangevuld met tien mondelinge interviews. Zowel KNA-actoren als beleidsarcheologen worden geënquêteerd en geïnterviewd. Tijdens de CCvD-vergadering in maart 2021 worden de resultaten verwacht.

Extra bijeenkomst
Nog voor die vergadering in maart komt het CCvD in een extra vergadering bijeen. Dit om te kunnen spreken over de agendapunten die op 14 december niet meer konden worden behandeld. De Jaarrapportage Certificering 2019 en de samenstelling van het college en het profiel van de leden komen dan aan bod. Diverse leden hebben opmerkingen gemaakt over het proces om te komen tot een nieuwe samenstelling.