Zoeken in sites van Expertisenetwerk Bodem en Ondergrond

Actuele onderzoeksprojecten

KNA-leidraad an-organisch vondstmateriaal 

Startjaar: 2016
Eindresultaat: KNA-leidraad
Vastgesteld door: PM CCVD Archeologie
Stand van zaken project: lopend

Doel

In mei 2016 is gestart met de ontwikkeling van een leidraad voor de behandeling, beschrijving, analyse en rapportage van drie materiaalgroepen (aardewerk, natuursteen en vuursteen).  De leidraad zal in verband staan met relevante KNA-protocollen, waaronder het PvE,  en andere KNA leidraden. Dit dient om de betreffende onderzoeken beter te integreren in het totale archeologische proces. Tevens komen de bij de specifieke onderzoeksvragen behorende onderzoeksstrategieën aan bod. Door deze drie leidraden zijn de belangrijkste prehistorische anorganische materiaalgroepen afgedekt. De leidraden dienen daarmee een vergelijkbaar doel als de leidraden archeo-zoölogie en archeo-botanie

Achtergrond

Om goed onderzoek mogelijk te maken is het belangrijk dat anorganisch vondstmateriaal tijdens opgravingen zorgvuldig verzameld wordt en op een effectieve en efficiënte wijze wordt bestudeerd. De leidraden aardewerk, vuursteen en natuursteen verduidelijken wat onder goed onderzoeksmateriaal en goed onderzoek wordt verstaan en welke voorzieningen voorhanden moeten zijn. De KNA bevat momenteel weinig eisen aan het verzamelen van data en de wijze waarop deze worden vastgelegd. Dit leidt tot een gebrek aan uniformiteit van de data.  Aangezien in het PvE vaak maar weinig eisen aan specialistisch onderzoek worden gesteld ligt de verantwoordelijkheid hiervoor dus vooral bij de onderzoekers. De onderzoeksresultaten van specialistisch onderzoek zijn hierdoor onvoldoende vergelijkbaar, waardoor de mogelijkheden voor synthetiserend onderzoek sterk worden beperkt. Door een beredeneerde uniformering en standaardisatie van de werkwijze kan veel geld en tijd bespaard worden in de uitwerking. Bovendien leidt deze werkwijze tot een inhoudelijke verdieping. De basale registratie zal immers minder tijd vergen, omdat die scherper geformuleerd en beter inhoudelijk onderbouwd zal zijn dan het nu het geval is. 

Planning

Naar verwachting zal het ontwerp van de leidraad in december 2016 worden vrijgegeven voor een openbare reactie en vanaf begin 2017 voor gebruik worden gepubliceerd.

 

KNA-leidraad Archeo-botanie

Startjaar: 2015/2016
Eindresultaat: KNA-leidraad
Vastgesteld door: CCvD Archeologie
Stand van zaken project: voltooid

Doel

Om archeo-botanisch onderzoek te kunnen uitvoeren is het van belang dat plantenresten tijdens archeologisch veldwerk zorgvuldig verzameld worden en op effectieve wijze worden bestudeerd. De leidraad archeo-botanie verduidelijkt wat onder goed onderzoeksmateriaal en goed onderzoek wordt verstaan en welke voorzieningen nodig zijn. Het is een praktische handleiding met best practices waarnaar vanuit een programma van eisen (PvE) of plan van aanpak (PvA) verwezen kan worden. In detail is het gericht op de archeo-botanicus die het onderzoek uitvoert, in grote lijnen op diegenen die het onderzoek via PvE en PvA aansturen.
De leidraad archeo-botanie, waarvan het ontwerp tussen 29 maart en 25 april 2016 ter kritiek heeft gelegen, verduidelijkt wat onder goed onderzoeksmateriaal en goed onderzoek wordt verstaan en welke voorzieningen nodig zijn. Het is een praktische handleiding waarnaar vanuit een Programma van Eisen (PvE) of Plan van Aanpak (PvA) verwezen kan worden. In detail is het gericht op de archeo-botanicus die het onderzoek uitvoert, in grote lijnen op diegenen die het onderzoek via PvE en PvA aansturen. 

Achtergrond

De bestudering van tijdens veldwerk verzamelde zichtbare resten van planten zoals hout en (nagenoeg) onzichtbare resten als zaden, vruchten, knollen, plantenvezels en stuifmeel vormen een belangrijk onderdeel van archeologisch onderzoek. Want niet alleen was de leefomgeving van mensen met planten gestoffeerd, mensen maakten ook veelvuldig gebruik van planten en plantaardige producten. Zo diende hout als brandstof, of om er huizen van te bouwen, werden noten en vruchten van wilde planten verzameld en zijn tal van plantensoorten gedomesticeerd. Plantenvezels waren grondstof voor kleding of touw. Uit planten werden medicijnen gemaakt of men gebruikte ze om in contact te komen met de goden. De archeo-botanisch specialist, gespecialiseerd in de bestudering van plantenresten en plantaardige producten, brengt deze menselijke activiteiten en de omgeving waarin mensen leefden in beeld om zo voorbije culturen beter te kunnen begrijpen.

De nieuwste KNA leidraad is nu digitaal beschikbaar op www.sikb.nl onder Archeologie/KNA Leidraden 

Archief onderzoeksprojecten

KNA-leidraad Archeo-zoölogie

Startjaar: 2010/2011
Eindresultaat: KNA-leidraad
Vastgesteld door: CCvD Archeologie
Stand van zaken project: voltooid

Doel

De KNA-leidraad archeo-zoölogie verduidelijkt wat onder goed onderzoeksmateriaal en goed onderzoek wordt verstaan en welke voorzieningen voorhanden moeten zijn. Het is een praktische handleiding met best practices waarnaar vanuit een plan van aanpak (PvA) of programma van eisen (PvE) verwezen kan worden. In detail is het gericht op de archeo-zoöloog die het onderzoek uitvoert, in grote lijnen op diegenen die het onderzoek via PvE en PvA aansturen. 

Achtergrond

Resten van dieren uit archeologische opgravingen maken een reconstructie mogelijk van de natuurlijke omgeving van de mens in het verleden en van het gebruik dat mensen maakten van dieren en dierlijke producten. Daarmee scheppen ze tevens een beeld van die mens zelf. De bestudering van tijdens opgravingen gevonden resten van dieren zoals bot, gewei, schelpen en visbot is een belangrijk onderdeel van archeologisch onderzoek. Ook in het verleden maakte de mens veelvuldig gebruik van dieren en dierlijke producten. Men viste, maakte jacht op zoogdieren en vogels, verzamelde schaaldieren, fokte vee om zich te voorzien van melk en vlees of om trekdieren te kweken voor de ploeg, hield huisdieren als rijdier, waakhond of gezelschapsdier enzovoort. Door bestudering van de gevonden resten brengt de archeo-zoölogisch specialist deze activiteiten in beeld.

Om dit onderzoek mogelijk te maken is het belangrijk dat het dierlijke materiaal tijdens opgravingen zorgvuldig verzameld wordt en op een effectieve wijze wordt bestudeerd. Voorwaarde daarbij is dat er een heldere vraagstelling ligt en dat het materiaal de potentie heeft om die vragen mee te beantwoorden.**

KNA-leidraad Karterend booronderzoek

Startjaar: 2006 

Geactualiseerd: 2012

Eindresultaat: KNA-leidraad
Vastgesteld door: CCvD Archeologie
Stand van zaken project: voltooid 

Jaarlijks worden vele honderden archeologische prospecties uitgevoerd door een groeiend aantal instellingen. Tegelijkertijd moet worden geconstateerd dat consensus over wat nu precies kwalitatief goed onderzoek is, ontbreekt. Daarmee is de behoefte ontstaan eisen aan de kwaliteit van het onderzoek op te stellen en breed te verspreiden. De leidraad inventariserend veldonderzoek, deel: karterend booronderzoek voorziet in de bestaande lacune op het gebied van onderzoeksintensiteit en –methode.
Voor de digitale versie van Leidraad IVO karterend booronderzoek klik hier.
Voor het voorblad klik hier.

KNA-leidraad Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB)

Gelijktijdig met de totstandkoming van de KNA 3.1 is gewerkt aan een nieuwe leidraad: de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB).
In de toelichting kunt u meer te weten komen over de achtergronden en het doel van deze leidraad.
Van de ASB is ook een handige waaier uitgegeven die u elders op deze website kunt bestellen.

Rapport binnenstedelijke archeologie

Startjaar: 2005
Eindresultaat: eindrapport
Vastgesteld door: CCVD Archeologie
Stand van zaken project: voltooid

Onder leiding van Jacobs & Burnier is tussen september en november 2005 een aantal bijeenkomsten geweest van de commissie die heeft onderzocht in hoeverre de KNA 3.0 (ontwerp) aanvulling behoeft op het gebied van archeologisch onderzoek in de binnenstad. 

In de commissie waren deskundigen vertegenwoordigd afkomstig van de VOiA en het CGA. Het eindresultaat van dit onderzoek heeft geresulteerd in een advies aan het CCvD. Eventuele aanvulling van de KNA is voorzien voor een eerstvolgende actualisatie/herziening. KNA - Stedelijke archeologie. Fase 1: Definitiestudie (Een rapport van Jacobs & Burnier Archeologisch Projectbureau)

Handreiking stellen van eisen aan archeologisch onderzoek en toetsen onderzoeksrapporten

Startjaar: 2006
Eindresultaat fase 1: Eindrapport (voorblad)
Eindresultaat fase 2: Handreiking
Rapport fase 1: Vastgesteld door CCvD Archeologie
Stand van zaken project: voltooid

Het consortium bestaande uit RAAP Advies en CSO heeft in opdracht van SIKB een handreiking opgesteld nadat bij  provincies en gemeentes is geïnventariseerd in hoeverre zij al werkten met toetsingskaders. De uitkomsten daarvan zijn waar mogelijk meegenomen in de handreiking. 

De handreiking biedt toetsingskaders voor de volgende KNA-protocollen:
PvE, Bureauonderzoek, IVO (karterend en waarderend). Waarbij een onderscheid op twee niveaus wordt aangebracht: 1. de niet professionele gebruiker en 2. de professionele gebruiker. De eerste is voor de handreiking belangrijker dan de tweede groep. 

Rapport Consultancy en Directievoering

Startjaar: 2005
Eindresultaat: eindrapport
Vastgesteld door: CCVD Archeologie
Stand van zaken project: voltooid

SIKB heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau opdracht gegeven een studie uit te voeren naar de mogelijkheid om de kwaliteit van archeologisch advies te borgen door opname in de KNA. Door middel van onder meer interviews wordt onderzocht of hiervoor binnen het veld ook voldoende draagvlak bestaat. Daarnaast mondt de studie uit in een advies of en hoe te onderscheiden adviesproducten zich laten omschrijven in KNA-conforme procesbeschrijvingen en of deze ook certificeerbaar zijn. Link naar het rapport

Project Scholing archeologie 

Startjaar: 2006
Eindresultaat: eindrapport en scholingsproject
Vastgesteld door: CCvD Archeologie 
Stand van zaken project: voltooid

Drie jaar na het verschijnen van de eerste versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) is deze in 2005 grondig doorgelicht. Dit heeft geleid tot een volledig herziene versie die in 2006 definitief in werking is getreden. Deze versie KNA 3.1 bestaat uit toetsbare procesbeschrijvingen en kwaliteitseisen, zodanig vormgegeven dat deze als basis dienen voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek voor bedrijven en instellingen. In de KNA zijn niet alleen de processen vastgelegd, ook de kritische (dat wil zeggen de kwaliteitsbepalende) activiteiten binnen de processen zijn benoemd. Deze kritische activiteiten kunnen op basis van de KNA alleen worden uitgevoerd door daarvoor gekwalificeerde actoren. Aan deze actoren zijn dan ook opleidings- en ervaringseisen verbonden. Deze actoren zijn immers de feitelijke dragers van de inhoudelijke kwaliteit van archeologisch onderzoek. 
Naar aanleiding daarvan heeft SIKB door BIAX een onderzoek laten uitvoeren naar de lacunes in kennis bij de kritische activiteiten van benoemde actoren. BIAX heeft op basis daarvan er een advies is uitgebracht over opleiding en nascholing van de actoren. Klik hier om het rapport te downloaden. Uit het onderzoek is gebleken dat er bij de in de KNA genoemde actoren kennislacunes voorkomen op het gebied van inhoud (archeologie, specialistisch onderzoek, dateringonderzoek, veldwerk, etc.), schrijven (opstellen PvE, opstellen PvA, archeologisch rapporteren, etc.), werkprocessen (KNA, Archis, databases, etc.) en overige zaken (ruimtelijke ordening, civiele technieken, bodemkunde en geologie, etc.). 
Daar de actoren de feitelijke dragers zijn van het uitvoeren van archeologisch onderzoek conform de KNA is het van wezenlijk belang dat genoemde kennislacunes van de actoren op adequate wijze verholpen worden. Op basis daarvan heeft SIKB besloten (als vervolg op het eerder genoemde BIAX onderzoek) het project Scholing Archeologie uit te voeren.
Het doel van het project Scholing Archeologie is om de kennislacunes zoals die bij de in de KNA genoemde actoren voorkomen op het gebied van inhoud (archeologie, specialistisch onderzoek, veldwerk), werkprocessen (KNA, Archis, Databases) en overige zaken (ruimtelijke ordening, civiele techniek, milieuhygiëne) op te vullen door het gericht en structureel geven van cursussen. SIKB beperkt zich hierbij tot de onderwerpen die verbonden zijn aan de KNA. 
Het beoogde resultaat omvat een (beperkt) aantal cursusmodules op het gebied van archeologische inhoud, werkprocessen en overige zaken die zo goedkoop mogelijk aangeboden worden en die voldoen aan de (veranderende) behoefte van de doelgroep. Het is de bedoeling dat de cursusmodules medio 2007 aangeboden worden. De SIKB heeft binnen dit project een coördinerende en faciliterende rol. 
Om dit project Scholing Archeologie op juiste wijze vorm te geven, worden de volgende stappen gezet:

  • Deelfase 1: inventarisatie grootste kennislacunes. 
  • Deelfase 2: opstellen curriculum voor de geselecteerde onderwerpen. 
  • Deelfase 3: aanbesteding. 
  • Deelfase 4: opstellen cursusmodules (toetsing). 
  • Deelfase 5: uitvoering (het geven en volgen van de modules) 
  • Deelfase 6: evaluatie

Daarnaast wordt een samenhangende inspanning geleverd om de deelname te bevorderen.
De deelfasen 1 (inventarisatie grootste kennislacunes) en 2 (opstellen curriculum voor de geselecteerde onderwerpen) zijn afgerond. Na goedkeuring door het bestuur van SIKB zal de aanbesteding (fase 3) in gang gezet worden.

Link naar het rapport Kennis en lacunes in de Nederlandse Archeologie en een aanzet tot scholing 

De scholing archeologie is na de openbare aanbestedingsprocedure gegund aan het consortium bestaande uit Vriens, UvA en VU onder de naam PASTA (Post Academisch Scholingstraject Archeologie). Voor meer informatie over PASTA en het actuele scholingsaanbod ga naar www.scholing.archeologie 

Gerelateerde onderwerpen